The conjugation of the verb klinken

Irregular forms are printed in red.
Aantonende wijs
Onvoltooid tegenwoordige tijdOnvoltooid verleden tijd
(ik) klink(ik) klonk
(jij) klinkt; klink (jij)(jij) klonk
(hij) klinkt(hij) klonk
(wij) klinken(wij) klonken
(gij) klinkt(gij) klonkt
(zij) klinken(zij) klonken
Aanvoegende wijs
(ik) klinke
(jij) klinke
(hij) klinke
(wij) klinken
(gij) klinket
(zij) klinken
Gebiedende wijs
AlgemeenMeervoud
klinkklinkt
Deelwoorden
TegenwoordigVerleden
klinkend(e)(hebben) geklonken