kiezen
Aantonende wijs
Onvoltooid tegenwoordige tijdOnvoltooid verleden tijd
(ik) kies(ik) koos
(jij) kiest; kies (jij)(jij) koos
(u) kiest(u) koos
(gij) kiest(gij) koost
(hij) kiest(hij) koos
(wij) kiezen(wij) kozen
(jullie) kiezen(jullie) kozen
(zij) kiezen(zij) kozen
Aanvoegende wijs
Tegenwoordige tijdVerleden tijd
kiezekoze
Gebiedende wijs
AlgemeenMeervoud
kieskiest
Deelwoorden
TegenwoordigVerleden
kiezend(e)(hebben) gekozen

Examples:

Het kabinet werkt aan de invoering van de direct gekozen burgemeester.

Hiermee kiest u een nummer of herhaalt u recent gebelde nummers.

Men kieze een niet te kleine bak, daar de vissen zeer beweeglijk zijn en wat strijdlustig.

Veel vroegere Romeinse bondgenoten kozen zijn zijde.

Waarom kiezen jullie altijd zo'n breed thema?

Wat zijn de voor- en nadelen als ik kies voor een vennootschap?