The conjugation of the verb houwen

Irregular forms are printed in red.
Aantonende wijs
Onvoltooid tegenwoordige tijdOnvoltooid verleden tijd
(ik) houw(ik) hieuw
(jij) houwt; houw (jij)(jij) hieuw
(hij) houwt(hij) hieuw
(wij) houwen(wij) hieuwen
(gij) houwt(gij) hieuwt
(zij) houwen(zij) hieuwen
Aanvoegende wijs
(ik) houwe
(jij) houwe
(hij) houwe
(wij) houwen
(gij) houwet
(zij) houwen
Gebiedende wijs
AlgemeenMeervoud
houwhouwt
Deelwoorden
TegenwoordigVerleden
houwend(e)(hebben) gehouwen