The conjugation of the verb houden

Irregular forms are printed in red.
Aantonende wijs
Onvoltooid tegenwoordige tijdOnvoltooid verleden tijd
(ik) hou, houd(ik) hield
(jij) houdt; hou, houd (jij)(jij) hield
(hij) houdt(hij) hield
(wij) houden(wij) hielden
(gij) houdt(gij) hieldt
(zij) houden(zij) hielden
Aanvoegende wijs
(ik) houde
(jij) houde
(hij) houde
(wij) houden
(gij) houdet
(zij) houden
Gebiedende wijs
AlgemeenMeervoud
hou, houdhoudt
Deelwoorden
TegenwoordigVerleden
houdend(e)(hebben) gehouden