The conjugation of the verb heffen

Irregular forms are printed in red.
Aantonende wijs
Onvoltooid tegenwoordige tijdOnvoltooid verleden tijd
(ik) hef(ik) hief
(jij) heft; hef (jij)(jij) hief
(hij) heft(hij) hief
(wij) heffen(wij) hieven
(gij) heft(gij) hieft
(zij) heffen(zij) hieven
Aanvoegende wijs
(ik) heffe
(jij) heffe
(hij) heffe
(wij) heffen
(gij) heffet
(zij) heffen
Gebiedende wijs
AlgemeenMeervoud
hefheft
Deelwoorden
TegenwoordigVerleden
heffend(e)(hebben) geheven