The conjugation of the verb gieten

Irregular forms are printed in red.
Aantonende wijs
Onvoltooid tegenwoordige tijdOnvoltooid verleden tijd
(ik) giet(ik) goot
(jij) giet(jij) goot
(hij) giet(hij) goot
(wij) gieten(wij) goten
(gij) giet(gij) goot
(zij) gieten(zij) goten
Aanvoegende wijs
(ik) giete
(jij) giete
(hij) giete
(wij) gieten
(gij) gietet
(zij) gieten
Gebiedende wijs
giet
Deelwoorden
TegenwoordigVerleden
gietend(e)(hebben) gegoten