The conjugation of the verb gelden

Irregular forms are printed in red.
Aantonende wijs
Onvoltooid tegenwoordige tijdOnvoltooid verleden tijd
(ik) geld(ik) gold
(jij) geldt; geld (jij)(jij) gold
(hij) geldt(hij) gold
(wij) gelden(wij) golden
(gij) geldt(gij) goldt
(zij) gelden(zij) golden
Aanvoegende wijs
(ik) gelde
(jij) gelde
(hij) gelde
(wij) gelden
(gij) geldet
(zij) gelden
Gebiedende wijs
AlgemeenMeervoud
geldgeldt
Deelwoorden
TegenwoordigVerleden
geldend(e)(hebben) gegolden