The conjugation of the verb eten

Irregular forms are printed in red.
Aantonende wijs
Onvoltooid tegenwoordige tijdOnvoltooid verleden tijd
(ik) eet(ik) at
(jij) eet(jij) at
(hij) eet(hij) at
(wij) eten(wij) aten
(gij) eet(gij) at
(zij) eten(zij) aten
Aanvoegende wijs
(ik) ete
(jij) ete
(hij) ete
(wij) eten
(gij) etet
(zij) eten
Gebiedende wijs
eet
Deelwoorden
TegenwoordigVerleden
etend(e)(hebben) gegeten