The conjugation of the verb denken

Irregular forms are printed in red.
Aantonende wijs
Onvoltooid tegenwoordige tijdOnvoltooid verleden tijd
(ik) denk(ik) dacht
(jij) denkt; denk (jij)(jij) dacht
(hij) denkt(hij) dacht
(wij) denken(wij) dachten
(gij) denkt(gij) dacht
(zij) denken(zij) dachten
Aanvoegende wijs
(ik) denke
(jij) denke
(hij) denke
(wij) denken
(gij) denket
(zij) denken
Gebiedende wijs
AlgemeenMeervoud
denkdenkt
Deelwoorden
TegenwoordigVerleden
denkend(e)(hebben) gedacht