blazen
Irregular forms are printed in red.

Aantonende wijs
Onvoltooid tegenwoordige tijdOnvoltooid verleden tijd
(ik) blaas(ik) blies
(jij) blaast; blaas (jij)(jij) blies
(u) blaast(u) blies
(gij) blaast(gij) bliest
(hij) blaast(hij) blies
(wij) blazen(wij) bliezen
(jullie) blazen(jullie) bliezen
(zij) blazen(zij) bliezen
Aanvoegende wijs
Tegenwoordige tijdVerleden tijd
(ik) blaze(ik) blieze
(jij) blaze(jij) blieze
(u) blaze(u) blieze
(gij) blazet(gij) bliezet
(hij) blaze(hij) blieze
(wij) blazen(wij) bliezen
(jullie) blazen(jullie) bliezen
(zij) blazen(zij) bliezen
Gebiedende wijs
AlgemeenMeervoud
blaasblaast
Deelwoorden
TegenwoordigVerleden
blazend(e)(hebben) geblazen

Examples:

  • Als een roker die kringetjes blaast, stoot de ster elke paar eeuwen vanuit de centrale stofschijf een grote hoeveelheid gas uit.
  • Beter te hard geblazen dan de mond gebrand.
  • Blaas de ballon op en laat hem knallen door erop te gaan zitten.
  • De dag blaze in uw hart her vuur der wraak steeds aan!
  • De mannen van Judas bliezen op de trompetten en vielen aan.
  • De politiebonden blazen nieuwe acties om een betere CAO voor de politie af te dwingen af.
  • Een kille wind blies door de straten en. stegen van de Hanzestad Kampen, regenvlagen met zich meevoerend.
  • Gij bliest met uw adem.
  • Vervolgens schilder ik de ondergrond en uiteindelijk blaas ik het zand erin.
  • Waar kan ik het geluid van een blazende kat downloaden?