The conjugation of the verb bieden

Irregular forms are printed in red.
Aantonende wijs
Onvoltooid tegenwoordige tijdOnvoltooid verleden tijd
(ik) bied(ik) bood
(jij) biedt; bied (jij)(jij) bood
(hij) biedt(hij) bood
(wij) bieden(wij) boden
(gij) biedt(gij) boodt
(zij) bieden(zij) boden
Aanvoegende wijs
(ik) biede
(jij) biede
(hij) biede
(wij) bieden
(gij) biedet
(zij) bieden
Gebiedende wijs
AlgemeenMeervoud
biedbiedt
Deelwoorden
TegenwoordigVerleden
biedend(e)(hebben) geboden