bidden
Irregular forms are printed in red.

Aantonende wijs
Onvoltooid tegenwoordige tijdOnvoltooid verleden tijd
(ik) bid(ik) bad
(jij) bidt; bid (jij)(jij) bad
(u) bidt(u) bad
(gij) bidt(gij) baadt
(hij) bidt(hij) bad
(wij) bidden(wij) baden
(jullie) bidden(jullie) baden
(zij) bidden(zij) baden
Aanvoegende wijs
Tegenwoordige tijdVerleden tijd
(ik) bidde(ik) bade
(jij) bidde(jij) bade
(u) bidde(u) bade
(gij) biddet(gij) badet
(hij) bidde(hij) bade
(wij) bidden(wij) baden
(jullie) bidden(jullie) baden
(zij) bidden(zij) baden
Gebiedende wijs
AlgemeenMeervoud
bidbidt
Deelwoorden
TegenwoordigVerleden
biddend(e)(hebben) gebeden

Examples:

  • Al biddend, zingend en lopend verdien je zo je reis naar Sydney!
  • Als half Nederland voor me bidt zal het vast wel goed gaan.
  • Boven het stuwmeer laat een biddende slangenarend zich bewonderen.
  • Dat hij bidde.
  • Gedwee tooiden alle vrouwen van Thebe het hoofd met loof van de laurierboom, baden tot Latona en brandden wierook voor de godin.
  • Hij bad tot God, en voorwaar, de sneeuwstorm hield op en vijf meter verder zag hij zijn huis liggen.
  • Ik bid u voor uw zegen over hen.
  • Voordien hadden de tegenstanders van de Vinnilli naar Odin gebeden voor steun.
  • We bidden voor hem en brengen hem de boodschap van Jezus die geneest en bevrijdt.