bergen
Irregular forms are printed in red.

Aantonende wijs
Onvoltooid tegenwoordige tijdOnvoltooid verleden tijd
(ik) berg(ik) borg
(jij) bergt; berg (jij)(jij) borg
(u) bergt(u) borg
(gij) bergt(gij) borgt
(hij) bergt(hij) borg
(wij) bergen(wij) borgen
(jullie) bergen(jullie) borgen
(zij) bergen(zij) borgen
Aanvoegende wijs
Tegenwoordige tijdVerleden tijd
(ik) berge(ik) borge
(jij) berge(jij) borge
(u) berge(u) borge
(gij) berget(gij) borget
(hij) berge(hij) borge
(wij) bergen(wij) borgen
(jullie) bergen(jullie) borgen
(zij) bergen(zij) borgen
Gebiedende wijs
AlgemeenMeervoud
bergbergt
Deelwoorden
TegenwoordigVerleden
bergend(e)(hebben) geborgen

Examples:

  • Als de aarde beeft, berg je dan maar!
  • De drie containers die op 21 december boven Texel in de Noordzee belandden, zijn geborgen.
  • Honderdzestig miljoen jaar later bergt een Parijse museumconservator een dinosaurusbot op in een kastlade.
  • Ik berg altijd alles netjes in mijn mapje met autopapieren op.
  • Men berge zijn bagage zo, dat zij niemand hindere.
  • Toen borgen we ze op in de kelder.
  • Waar borgt gij hem?
  • We bergen het filmpje niet op in onze archieven, maar laten u graag meegenieten.