beginnen
Irregular forms are printed in red.

Aantonende wijs
Onvoltooid tegenwoordige tijdOnvoltooid verleden tijd
(ik) begin(ik) begon
(jij) begint; begin (jij)(jij) begon
(u) begint(u) begon
(gij) begint(gij) begont
(hij) begint(hij) begon
(wij) beginnen(wij) begonnen
(jullie) beginnen(jullie) begonnen
(zij) beginnen(zij) begonnen
Aanvoegende wijs
Tegenwoordige tijdVerleden tijd
(ik) beginne(ik) begonme
(jij) beginne(jij) begonne
(u) beginne(u) begonne
(gij) beginnet(gij) begonnet
(hij) beginne(hij) begonne
(wij) beginnen(wij) begonnen
(jullie) beginnen(jullie) begonnen
(zij) beginnen(zij) begonnen
Gebiedende wijs
AlgemeenMeervoud
beginbegint
Deelwoorden
TegenwoordigVerleden
beginnend(e)(zijn) begonnen

Examples:

  • Begin jij nou ook al?” zei ze zacht.
  • Elke onderhandeling begint met een luchtig praatje om het ijs te breken, bijvoorbeeld over het weer of de omgeving.
  • Ge begont juist in uw element te komen.
  • Het verhaal van Greenpeace begon toen de Verenigde Staten in 1971 opnieuw een atoomproef wilden uitvoeren op het eilandje Amchitka voor de kust van Alaska.
  • Hij was klaar om toe te slaan en haalde fors uit met de bijl toen opeens de eik sidderend begon te kreunen.
  • Men beginne er niet aan.
  • Ondanks dat aarzelen veel mensen om te beginnen.
  • Reeds toen gij begont te smeken, werd een woord uitgesproken, en ik ben gekomen om u hiervan mededeling te doen; want gij zijt een veelgeliefde.
  • We begonnen deze ruimte te gebruiken als nachtverblijf voor de katten en als opslagplaats voor voedsel.