baren
Irregular forms are printed in red.

Aantonende wijs
Onvoltooid tegenwoordige tijdOnvoltooid verleden tijd
(ik) baar(ik) baarde
(jij) baart(jij) baarde
(u) baart(u) baarde
(gij) baart(gij) baardet
(zij) baart(zij) baarde
(wij) baren(wij) baarden
(jullie) baren(jullie) baarden
(zij) baren(zij) baarden
Aanvoegende wijs
Tegenwoordige tijdVerleden tijd
(ik) bare(ik) baarde
(jij) bare(jij) baarde
(u) bare(u) baarde
(gij) baret(gij) baardet
(zij) baren(zij) baarde
(wij) baren(wij) baarden
(jullie) baren(jullie) baarden
(zij) baren(zij) baarden
Gebiedende wijs
AlgemeenMeervoud
baarbaart
Deelwoorden
TegenwoordigVerleden
barend(e)(hebben) gebaard1, (zijn) geboren2

1 given birth to

2 born

Examples:

  • Bij de geboorte tijdens een geregistreerd partnerschap van twee vrouwen wordt de vrouw die het kind níet heeft gebaard volgens de wet pas ouder na adoptie.
  • De tapes baarden opzien een paar weken terug, omdat Bush impliciet toegaf dat hij wel eens marihuana had gebruikt in zijn jeugd.
  • Dit baarde me nogal zorgen.
  • Gij baardet niets dan angst en zorgen, o strenge, o koude wintermaand!
  • Oefening baart kunst.
  • Toch baarde de beschrijving opzien en argwaan.
  • Jezus zou geboren zijn in het jaar 6 of 7 voor onze jaartelling.
  • Vrouwen die baren zijn tegenwoordig ouder dan vroeger.