|
bakken
Irregular forms are printed in red.
|
| Aantonende wijs |
| Onvoltooid tegenwoordige tijd | Onvoltooid verleden tijd |
| (ik) bak | (ik) bakte |
| (jij) bakt; bak (jij) | (jij) bakte |
| (u) bakt | (u) bakte |
| (gij) bakt | (gij) baktet |
| (hij) bakt | (hij) bakte |
| (wij) bakken | (wij) bakten |
| (jullie) bakken | (jullie) bakten |
| (zij) bakken | (zij) bakten |
| Aanvoegende wijs |
| Tegenwoordige tijd | Verleden tijd |
| (ik) bakke | (ik) bakte |
| (jij) bakke | (jij) bakte |
| (u) bakke | (u) bakte |
| (gij) bakket | (gij) baktet |
| (hij) bakke | (hij) bakte |
| (wij) bakken | (wij) bakten |
| (jullie) bakken | (jullie) bakten |
| (zij) bakken | (zij) bakten |
| Gebiedende wijs |
| Algemeen | Meervoud |
| bak | bakt |
| Deelwoorden |
| Tegenwoordig | Verleden |
| bakkend(e) | (hebben) gebakken1, (zijn) gebakt2 |
1 to bake, to fry
2 to fail
Examples (1):
- De broden die ik bak lijken echter meer op baksteentjes.
- De vrouw des huizes knoopte een schort voor en bakte een heerlijke omelet.
- Deze presentatie bood bakkend Nederland allerlei ideeën en mogelijkheden om in te spelen op veranderend consumentengedrag.
- Diverse beroemde Bossche bakkers bakten gedurende een aantal eeuwen al deze overheerlijke lekkernij.
- Draai bolletjes van het deeg en bak ze op een ingevette plaat ongeveer een kwartier in een matig warme oven
- Giet de kalfsbouillon in de pan waarin u het vlees heeft gebakken en breng het geheel terug aan de kook.
- Men bakke het gehakt bruin.
- Onder de invloed van de bakkende zon wordt de grond zo hard als steen en kan er zich geen plantengroei meer op vestigen.
- Ook op universiteit bakte hij er niet veel van.
- Wilt u ze bakken, borstel ze dan goed schoon en behandel ze net als u met gewone aardappelen zou doen.
- Ze bakt een ei voor mij.
Examples (2):
- Hij heeft vandaag rijexamen gedaan en hij is gebakt.
|
|