Informatie over het woord lucht (Nederlands → Esperanto: odoro)

Woordsoortzelfstandig naamwoord
Uitspraak/lɵxt/
Afbrekinglucht
Geslachthistorisch vrouwelijk, tegenwoordig ook manlijk

Verkleinwoord
EnkelvoudMeervoud
luchtjeluchtjes

Voorbeelden van gebruik

De zware lucht van mensen drong tot hem door en zijn nekharen gingen overeind staan.
In het woud hing een lucht van brandend hout.

Vertalingen

Afrikaansgeur; reuk
Albaneeserë
Deenslugt
DuitsGeruch
Engelsscent; smell
Esperantoodoro
Fransodeur
Grieksάρωμα
Latijnodor
Papiamentsholó; oló
Portugeescheiro; hálito; odor
SaterfriesRöäk
Spaansolor
Sranansmeri
Thaisกลิ่น
Tsjechischpach; zápach; vůně
Westerlauwers Frieslucht
Zweedsdoft