Informatie over het woord doelwit (Nederlands → Esperanto: celo)

Woordsoortzelfstandig naamwoord
Uitspraak/ˈdulʋɪt/
Afbrekingdoel·wit
Geslachtonzijdig
Meervouddoelwitten

Voorbeelden van gebruik

De Jappen zijn een gemakkelijk doelwit in een vallei.
Op het witte paaltje naast hem in het gras stond 44 en datzelfde nummer stond boven het ververwijderde doelwit van bijna twee vierkante meter, dat er op de schemerige zomeravond niet veel groter uitzag dan een postzegel.

Vertalingen

Afrikaansdoel; oogmerk; doelwit
Albaneesqëllim
Catalaansblanc; fi; finalitat; objectiu
Deensformål; hensigt; mål
DuitsZiel; Zweck
Engelsaim; butt; goal; purpose; target; object
Esperantocelo
Faeröersmál; stevnumið
Finsmaali; päämäärä
Fransbut; dessein
Hongaarscél
Italiaansproposito; scopo
LuxemburgsZil
Maleismaksud
Noorsmål
Papiamentsmeta
Poolscel
Portugeesalvo; fim; ponto de mira
Roemeensscop
Russischцель
SaterfriesSiel; Swäk
Spaansblanco; fin; finalidad; objetivo
Tsjechischcíl; účel
Turkshedef
Westerlauwers Friesdoel