Informatie over het woord celebreren (Nederlands → Esperanto: celebri)

Uitspraak/seleˈbrerə(n)/
Afbrekingce·le·bre·ren
Woordsoortwerkwoord

Vervoeging

Aantonende wijs
Tegenwoordige tijdVerleden tijd
(ik) celebreer(ik) celebreerde
(jij) celebreert(jij) celebreerde
(hij) celebreert(hij) celebreerde
(wij) celebreren(wij) celebreerden
(gij) celebreert(gij) celebreerdet
(zij) celebreren(zij) celebreerden
Aanvoegende wijs
Tegenwoordige tijdVerleden tijd
(dat ik) celebrere(dat ik) celebreerde
(dat jij) celebrere(dat jij) celebreerde
(dat hij) celebrere(dat hij) celebreerde
(dat wij) celebreren(dat wij) celebreerden
(dat gij) celebreret(dat gij) celebreerdet
(dat zij) celebreren(dat zij) celebreerden
Gebiedende wijs
Enkelvoud/MeervoudMeervoud
celebreercelebreert
Deelwoorden
Tegenwoordig deelwoordVerleden deelwoord
celebrerend, celebrerende(hebben) gecelebreerd

Vertalingen

Afrikaansvier
Albaneesfestoj
Catalaanscelebrar
Deensfejre
Duitsfeiern; festlich begehen; zelebrieren
Engelscelebrate
Esperantocelebri
Faeröershalda hátíðarligan
Franscélébrer
Grieks (Oudgrieks)ἄγω
Hongaarscelebrál
Italiaanscelebrare
Latijncelebrare
Papiamentsselebrá
Portugeescelebrar; comemorar; festejar
Roemeenscelebra; aniversa
Spaanscelebrar; festejar
Turksanmak; kutlamak