Informatie over het woord Name (Duits → Esperanto: nomo)

Uitspraak/ˈnaːmə/
Woordsoortzelfstandig naamwoord
Geslachtmanlijk

Verbuiging

 EnkelvoudMeervoud
NominatiefNameNamen
GenitiefNamensNamen
DatiefNamenNamen
AccusatiefNamenNamen

Voorbeelden van gebruik

Meine Name ist Hugo.
Kennen Sie ihre Namen?
Ich rief seinen Namen, aber er antwortete nicht.
Woher, zum Teufel, wissen Sie meinen Namen?

Vertalingen

Afrikaansbenaming; naam; naamwoord
Albaneesemër
Catalaansnom
Deensbenævnelse; navn
Engelsname
Engels (Oudengels)nama
Esperantonomo
Faeröersnavn
Finsnimi
Fransnom
Grieksόνομα
Hongaarsnév
IJslandsnafn
Italiaansnome
Jiddischנאָמען
Latijnnomen; vocabulum
LuxemburgsNumm
Nederlandsbenaming; naam; naamwoord
Noorsnavn
Papiamentsnòmber; nòmbro
Poolsimię; nazwa; nazwisko
Portugeesnome
Roemeensnume
Russischимя
SaterfriesNoome
Schots-Gaelischainm
Spaansdenominación; nombre
Sranannen
Swahilijina
Thaisชื่อ
Tsjechischjméno; název
Turksad; isim
Welsenw
Westerlauwers Friesnamme; beneaming
Zweedsnamn