Informatie over het woord mijn (Nederlands → Esperanto: <mia¹, vira>)

Uitspraak/mɛɪ̯n/, /mən/ (onbeklemtoond)
Afbrekingmijn
Woordsoortbezittelijke determinator

Verbuiging

 ManlijkVrouwelijkOnzijdigMeervoud
Nominatiefmijnmijn, mijnemijnmijn, mijne
Genitiefmijnsmijnermijnsmijner
Datiefmijn, mijnenmijn, mijnenmijn, mijnenmijn, mijnen
Accusatiefmijn, mijnenmijn, mijnemijnmijn, mijne

Voorbeelden van gebruik

En neem nou mijn vrouw.
Deze is veel beter dan mijn eigen nar.
Waar was ik met mijn verhaal?
Wat is de reden dat mijn broeders naar de wapens hebben gegrepen?
Mijne vrees was echter ongegrond.
O nee, iemand van mijn leeftijd heeft graag jonge mensen om zich heen.
De aanblik mijner verschijning bracht een beschaafde hilariteit teweeg.
Ik heb u mijn antwoord gegeven.

Vertalingen

Afrikaansmy
Albaneesim; ime
Catalaansmeu; meva
Deensmin; mit
Duitsmein
Engelsmy
Esperanto<mia¹, vira>
Faeröersmín; mítt
Fransma; mon
Hawaiaanskaʻu; koʻu; kuʻu
IJslandsminn
Italiaansmio
Maleissaya
Papiamentsmi
Poolsmoja; moje; mój
Portugeesmeu; minha
Russischмой
Saterfriesmien; min
Spaansmi
Thaisของผม; ฉัน
Tsjechischmá; mé; moje; můj
Turksbenim
Westerlauwers Friesmyn
Zweedsmitt