Informatie over het woord janboel (Nederlands → Esperanto: malordo)

Woordsoortzelfstandig naamwoord
Uitspraak/ˈjɑmbul/
Afbrekingjan·boel
Geslachtmanlijk

Voorbeelden van gebruik

In mijn ogen leek het wezen acht of negen voet lang en het was een janboel van enorme ledematen en bedekt met schubben en had haar als zeewier.
Een janboel, dat is het.

Vertalingen

Afrikaanswanorde
Deensrod
Engelschaos; confusion; disarray; disorder
Esperantomalordo
Fransdésordre
Portugeesdesordem
Spaansperturbación