Informo pri la vorto karig (nederlanda → esperanto: malabunda)

Prononco/ˈkaːrəx/
Dividoka·rig
Vortspecoadjektivo

Uzekzemploj

Maar de jonge houtskoolbrander liep die dag naar het dorp om zijn karige verdiensten op te maken en omdat het voorjaar was, zodat zijn hart naar iets anders verlangde dan houtskool.
Intussen zat heer Ollie na zijn karige maaltijd in een stoel en staarde slaperig op het oude papier.

Tradukoj

afrikansokarig
anglascant; scanty
esperantomalabunda
francainsuffisant; maigre; rare
germanakarg; kärglich; schmal
katalunaescàs; insuficient
portugalaescasso; insuficiente; raro