Informatie over het woord eat (Engels → Esperanto: manĝi)

Woordsoortwerkwoord
Uitspraak/iːt/
Afbrekingeat
Shaw‐alfabet𐑰𐑑

Vervoeging

Aantonende wijs
Tegenwoordige tijdVerleden tijd
(I) eat(I) ate /ɛt/, /eɪt/
(thou) eatest(thou) atest
(he) eats, eateth(he) ate /ɛt/, /eɪt/
(we) eat(we) ate
(you) eat(you) ate
(they) eat(they) ate
Aanvoegende wijs
Tegenwoordige tijdVerleden tijd
(I) eat (I) ate
(thou) eat(thou) ate /ɛt/, /eɪt/
(he) eat(he) ate
(we) eat(we) ate
(you) eat(you) ate
(they) eat(they) ate
Gebiedende wijs
eat
Deelwoorden
Tegenwoordig deelwoordVerleden deelwoord
eatingeaten

Voorbeelden van gebruik

While you and I eat you shall tell me how Tarzan may serve you.
The leaves are eaten.
Squirrels usually only eat them when other food sources have run out.
As he ate he watched her, and she watched him.

Vertalingen

Afrikaanseet
Albaneesha
Berbersecc (ⴻⵛⵛ)
Catalaansmenjar
Deensæde; spise
Duitsessen; fressen; genießen; speisen
Engels (Oudengels)etan
Esperantomanĝi
Faeröerseta
Finssyödä
Fransdéjeuner; manger
Hawaiaanshoʻopiha; ʻai; ʻai iho
Hongaarseszik
IJslandséta
Italiaansmangiare
Jiddischעסן; אַכלען
Latijnedere
Luxemburgsiessen
Maleismakan; memakan
Nederlandsbikken; eten; vreten
Noorsspise; ete
Papiamentskome
Poolsjeść
Portugeescomer
Roemeensmânca
Russischесть; кушать
Saterfriesiete
Schots-Gaelischith
Spaanscomer
Sranannyan
Swahili‐la
Thaisกิน; กินข้าว; ทาน; ทานข้าว
Tsjechischjíst
Turksyemek
Westerlauwers Friesite
Zweedsäta