Informatie over het woord brancard (Nederlands → Esperanto: brankardo)

Uitspraak/brɑŋˈkaːr/
Afbrekingbran·card
Woordsoortzelfstandig naamwoord
Geslachtmanlijk
Meervoudbrancards

Voorbeelden van gebruik

Een kar kwam aanratelen en twee mannen sprongen ervanaf met een brancard.

Vertalingen

Afrikaansdraagbaar
DuitsTragbahre; Trage
Engelsstretcher
Esperantobrankardo
Faeröersbøra
Italiaansbarella
Papiamentsbrankar
Portugeesmaca; padiola
Spaanscamilla; parihuelas
Westerlauwers Friesbrankaar