Informatie over het woord kabel (Nederlands → Esperanto: kablo)

Uitspraak/ˈkabəl/
Afbrekingka·bel
Woordsoortzelfstandig naamwoord
Geslachtmanlijk
Meervoudkabels

Verkleinwoord
EnkelvoudMeervoud
kabeltjekabeltjes

Voorbeelden van gebruik

Een ogenblik dacht hij nog dat er een kabel was losgeschoten.

Vertalingen

Afrikaanskabel
Catalaanscable
Deenskabel
DuitsKabel; Kabellänge; Leitung; Tau; Trosse
Engelscable
Esperantokablo
Faeröerskaðal; trossi
Franscâble
IJslandssími
Italiaanscavo
Papiamentskabel
Portugeescabo
SaterfriesKoabel
Spaanscable
Tsjechischkabel
Zweedskabel