Informatie over het woord leraar (Nederlands → Esperanto: instruisto)

Uitspraak/ˈleraːr/
Afbrekingle·raar
Woordsoortzelfstandig naamwoord
Meervoudleraren, leraars

Vertalingen

Afrikaansonderwyser
Albaneesmësues
Catalaansmestre
Deenslærer
DuitsLehrer; Lehrmeister
Engelsinstructor; master; teacher
Engels (Oudengels)lareow
Esperantoinstruisto
Faeröerskennari; lærari
Fransinstituteur
Hawaiaanskumu
Hongaarstanár; tanító
Italiaansmaestro
Jiddischלערער
Maleispengajar; guru
Noorslærer
Papiamentsinstruktor
Poolsnauczyciel
Portugeesmestre; professor
Russischучитель
SaterfriesKoaster; Leerder; Mäster
Spaansmaestro
Swahilimwalimu
Thaisครู
Tsjechischučitel
Westerlauwers Frieslearaar
Zweedslektor; lärare