Informatie over het woord historicus (Nederlands → Esperanto: historiisto)

Uitspraak/ɦɪˈstorikəs/, /ɦɪˈstorikɵs/
Afbrekinghis·to·ri·cus
Woordsoortzelfstandig naamwoord
Geslachtmanlijk
Meervoudhistorici /hɪˈstorisi/

Vertalingen

Afrikaansgeskiedkundige; historikus
Catalaanshistoriador
DuitsGeschichtsforscher; Historiker
Engelshistorian
Esperantohistoriisto
LuxemburgsHistoriker
Papiamentshistoriadó
Russischисторик
Westerlauwers Friesskiedkundige; histoarikus
Zweedshistorieforskare