Informatie over het woord dolĉa

Woordsoortbijvoeglijk naamwoord
Afbrekingdolĉ·a

Verbuiging

 EnkelvoudMeervoud
Nominatiefdolĉadolĉaj
Accusatiefdolĉandolĉajn

Vertalingen

Afrikaanslieflik; soet
Albaneesëmbël
Catalaansdolç
Deenssød
Duitsentzückend; lieblich; lind; mild; reizend; sanft; süß; Süß‐; wohltuend
Engelsgentle; soft; sweet; tender
Faeröersmildur; søtur
Finsmakea
Fransdoux; gentil; suave; sucré
Hongaarsédes
Italiaansdolce
Jiddischזיס
Latijnsuavis
Maleismanis
Nederlandsliefelijk; zacht; zoet; lieflijk
Noorssøt
Papiamentsdushi
Poolssłodki
Portugeesameno; doce; meigo; suave
Roemeensbomboană
Saterfriesläifelk; ljowelk; swäit; wook
Schots-Gaelischmilis
Spaansdulce
Srananswiti
Thaisหวาน
Tsjechischsladký
Turkshoş; tatlı
Westerlauwers Friesmjitsk; swiet
Zweedssöt