Informatie over het woord lof (Nederlands → Esperanto: gloro)

Woordsoortzelfstandig naamwoord
Uitspraak/lɔf/
Afbrekinglof

Vertalingen

Afrikaansberoemdheid
Catalaansglòria
DuitsEhre; Glorie; Lobpreisung; Ruhm; Ruhmesglanz; Verehrung
Engelsglory
Engels (Oudengels)wuldor; lof
Esperantogloro
Faeröersheiður
Fransgloire; renommée; réputation
Grieksαίγλη
Latijngloria
Papiamentsgloria
Portugeesglória
Roemeensslavă
SaterfriesBerüümdegaid; Glorie
Spaansfama; gloria
Swahiliadhama
Turksdebdebe; ihtişam; şan
Westerlauwers Friesgloarje