Informatie over het woord gewin (Nederlands → Esperanto: gajno)

Uitspraak/ɣəˈʋɪn/
Afbrekingge·win
Woordsoortzelfstandig naamwoord
Geslachtonzijdig

Vertalingen

Afrikaansprofyt
DuitsGewinn; Überschuß; Verdienst; Vorteil
Engelsgain; profit
Esperantogajno
Fransbénéfice; gain
Papiamentsganashi
SaterfriesBoate; Fertjoonst; Foardeel; Gewinst
Spaansprovecho
Srananwini
Tsjechischprospěch; užitek; zisk