Informatie over het woord steigen (Duits → Esperanto: leviĝi)

Woordsoortwerkwoord

Vervoeging

Aantonende wijs
Tegenwoordige tijdVerleden tijd
(ich) steige(ich) stieg
(du) steigst(du) stiegst
(er) steigt(er) stieg
(wir) steigen(wir) stiegen
(ihr) steigt(ihr) stiegt
(sie) steigen(sie) stiegen
Aanvoegende wijs
Tegenwoordige tijdVerleden tijd
(ich) steige(ich) stiege
(du) steigest(du) stiegest
(er) steige(er) stiege
(wir) steigen(wir) stiegen
(ihr) steiget(ihr) stieget
(sie) steigen(sie) stiegen
Gebiedende wijs
(du) steige
(ihr) steigt
steigen Sie
Deelwoorden
Tegenwoordig deelwoordVerleden deelwoord
steigend(sein) gestiegen

Vertalingen

Afrikaansopstaan; styg; opkom
Engelsgo up; rise
Esperantoleviĝi
Fransse soulever
Italiaanssalire
Nederlandsopgaan; opkomen; oprijzen; opstaan; opstijgen; rijzen; stijgen; verrijzen; wassen; zich verheffen; omhoogrijzen; de hoogte in gaan; ter sprake komen
Papiamentssubi
Portugeeslevantar‐se
Roemeensrăsări
Saterfriesapgunge; stiege
Schots-Gaelischéirich
Spaanssubir
Thaisขึ้น
Tsjechischstoupat; vzrůstat
Westerlauwers Friesoprize; stige