Informatie over het woord biljet (Nederlands → Esperanto: bileto)

Uitspraak/bɪlˈjɛt/
Afbrekingbil·jet
Woordsoortzelfstandig naamwoord
Geslachtonzijdig
Meervoudbiljetten

Verkleinwoord
EnkelvoudMeervoud
biljetjebiljetjes

Voorbeelden van gebruik

Lees ook de achterkant van dit biljet.
Hij legde voor elk van de mannen een biljet van tien pond op tafel.
Nell en haar metgezellen gingen aan boord, na biljetten voor Inversnaid aan het noordelijk eind van het meer Lomond te hebben genomen.

Vertalingen

Afrikaanskaartjie; noot
Albaneesbiletë
Catalaansbitllet; carta
Deensbillet
DuitsBriefchen; Fahrkarte; Karte; Schein; Ticket
Engelsnote; ticket
Esperantobileto
Faeröersseðil
Finslippu
Fransbillet
Grieksδελτίο; εισητήριο
Hongaarsjegy
Italiaansbiglietto
LuxemburgsBilljee
Maleiskarcis
Noorsbillett
Papiamentstíket
Poolsbilet
Portugeesbilhete; cupom; ficha; passagem
Roemeensbilet
Russischбилет
SaterfriesBillett; Foarkoarte; Koarte
Spaansbilete; billete; boleto
Thaisตั๋ว
Turksbilet
Westerlauwers Friesbiljet
Zweedsbiljett