Informatie over het woord boerderij (Nederlands → Esperanto: bieno)

Uitspraak/buːrdəˈrɛɪ̯/
Afbrekingboer·de·rij
Woordsoortzelfstandig naamwoord
Geslachtvrouwelijk
Meervoudboerderijen

Verkleinwoord
EnkelvoudMeervoud
boerderijtjeboerderijtjes

Voorbeelden van gebruik

Er is op die boerderij nog veel meer te zien.

Vertalingen

Afrikaansboereplaas; plaas; boerdery
Catalaanshisenda
Deensbondegård; gård
DuitsBauerngut; Bauernhof; Besitzung; Gut; Landgut
Engelsfarm
Engels (Oudengels)þorp
Esperantobieno
Faeröersbóndagarður
Finsmaatila
Fransbien; domaine; fonds; propriété; propriété foncière
Hongaarsgazdaság
IJslandsbú; búgarður; stórbýli
Italiaansbene; fattoria
Latijnvicus; villa; stabulum
Noorsgård
Portugeesbens de raiz; domínio; fazenda; granja; propriedade; roça; terras
Russischферма; имение
SaterfriesBuuräi; Buurenhoaf; Ploats; Steede
Spaansfinca; propriedad
Welsfferm
Westerlauwers Friesboerepleats; boupleats; pleats
Zweedsbondgård; gård; säteri