Informatie over het woord dik (Nederlands → Esperanto: dika)

Uitspraak/dɪk/
Afbrekingdik
Woordsoortbijvoeglijk naamwoord

Trappen van vergelijking

Stellende trapdik
Vergrotende trapdikker
Overtreffende trapdikst

Voorbeelden van gebruik

Ik zag dat er grote hoeveelheden dikke takken op geworpen waren.
De deur ging open en er stond een grote, dikke man voor hen.
Aan de rand staan dikke populieren.

Vertalingen

Afrikaansdik; vet
Catalaansgruixut
Deenstyk
Duitsdick; fett
Engelsfat; stout; thick
Esperantodika
Finspaksu
Fransépais; gros
Hawaiaansmākolukolu
Hongaarskövér; terebélyes; vastag
Italiaansgrosso; spesso
Jiddischדיק
Latijncarnatus; crassus; obesus
Luxemburgsdéck
Maleistebal
Noorstykk; tjukk
Papiamentsdiki; gordo
Poolsgruby; gęsty
Portugeesencorpado; espesso; grosso; volumoso
Russischтолстый
Saterfriesplussich; pummelich; tjuk
Schots-Gaelischtiugh
Spaansabultado; grueso
Sranandeki; fatu
Thaisอ้วน; หนา
Tsjechischhrubý; tlustý
Westerlauwers Friestsjok; dik
Zweedsdiger; fet; tjock