Informatie over het woord dik (Nederlands → Esperanto: densa)

Uitspraak/dɪk/
Afbrekingdik
Woordsoortbijvoeglijk naamwoord

Trappen van vergelijking

Stellende trapdik
Vergrotende trapdikker
Overtreffende trapdikst

Vertalingen

Afrikaansdig
Catalaansdens
Deenstæt
Duitsdicht; gedrängt; geschlossen
Engelsthick
Esperantodensa
Faeröerstjúkkur; tættur
Finstiheä
Fransdense
Hongaarssűrű
Italiaansdenso
Portugeesbasto; cerrado; compacto; denso; espesso
Russischгустой
Saterfriessleeten; ticht; tjuk
Spaansdenso; espeso