Informatie over het woord legen (Duits → Esperanto: kuŝigi)

Woordsoortwerkwoord

Vervoeging

Aantonende wijs
Tegenwoordige tijdVerleden tijd
(ich) lege(ich) legte
(du) legst(du) legtest
(er) legt(er) legte
(wir) legen(wir) legten
(ihr) legt(ihr) legtet
(sie) legen(sie) legten
Aanvoegende wijs
Tegenwoordige tijdVerleden tijd
(ich) lege(ich) legte
(du) legest(du) legtest
(er) lege(er) legte
(wir) legen(wir) legten
(ihr) leget(ihr) legtet
(sie) legen(sie) legten
Gebiedende wijs
(du) lege
(ihr) legt
legen Sie
Deelwoorden
Tegenwoordig deelwoordVerleden deelwoord
legend(haben) gelegt

Vertalingen

Deenslægge
Engelslay
Esperantokuŝigi
Faeröersleggja
Franscoucher
IJslandsleggja
Nederlandsleggen; neerleggen; vlijen
Noorslegge
Portugeesdeitar; estender
Roemeensașeza
Russischкласть; положить
Saterfrieslääse
Spaanscolocar; poner
Tsjechischklást; pokládat; položit; uložit
Westerlauwers Frieslizze
Zweedslägga