Informatie over het woord rumoer (Nederlands → Esperanto: bruo)

Uitspraak/ryˈmuːr/
Afbrekingru·moer
Woordsoortzelfstandig naamwoord

Voorbeelden van gebruik

Maar nu naderde de commissaris van politie weer, die dit nachtelijk rumoer natuurlijk niet kon goedkeuren.

Vertalingen

Afrikaanslawaai; ophef
Catalaanssoroll
Deenslarm
DuitsAufsehen; Braus; Geräusch; Lärm
Engelsnoise
Engels (Oudengels)dyn; dyne
Esperantobruo
Hongaarslárma; zaj
Italiaansrumore
Jiddischטומל; רעש
Noorslarm
Papiamentsbabel; bagamunderia; beheit; bochincha; bòmbòshi; boroto; desòrden
Portugeesbarulho; ruído
SaterfriesApsjoon; Schendoal; Skendoal
Schots-Gaelischfuaim
Spaansruido
Srananbabari; wunyuwunyu
Swahilikelele
Tsjechischhlučnost; hluk; hřmot; lomoz; šum
Turksgürültü
Westerlauwers Frieslawaai; leven
Zweedsbråk; buller; dån; krasch; larm; oljud; olåt; oväsen; stoj; väsen