Informatie over het woord zwager (Nederlands → Esperanto: bofrato)

Woordsoortzelfstandig naamwoord
Uitspraak/ˈzʋaɣər/
Afbrekingzwa·ger

Voorbeelden van gebruik

Een Zeeuws meisje kwam bij haar zwager in de hoofdstad logeren.

Vertalingen

Afrikaansaangetroude broer; skoonbroer; swaer
Catalaanscunyat
Deenssvoger
DuitsSchwager
Engelsbrother‐in‐law
Esperantobofrato
Faeröerssvágur
Fransbeau‐frère
Grieksγαμπρός; κουνιάδος
IJslandsmágur
Italiaanscognato
Latijnlevir
Noorssvoger
Papiamentskuñá; sua
SaterfriesSwoager
Spaanscuñado
Srananswagri
Tsjechischšvagr
Turksbacanak
Zweedssvåger