Informatie over het woord strook (Nederlands → Esperanto: bendo)

Basis

Uitspraak/strok/
Afbrekingstrook
Woordsoortzelfstandig naamwoord
Geslachthistorisch vrouwelijk, tegenwoordig ook manlijk
Meervoudstroken

Verkleinwoord
EnkelvoudMeervoud
strookjestrookjes

Vertalingen

Afrikaansband
Catalaansbanda; cinta; faixa
DuitsBand; Binde; Reifen; Streifen
Engelsband; strip
Esperantobendo
Faeröersband
Finsnauha
Fransbande; bandeau
Italiaansbanda
Papiamentsbant
Portugeescoirela; faixa; fita; listrão
SaterfriesBiende; Striepe
Spaanscinta; cubierta; faja
Tsjechischpás; páska; pruh
Turksbant