Informatie over het woord construct (Engels → Esperanto: konstrui)

Woordsoortwerkwoord

Vervoeging

Aantonende wijs
Tegenwoordige tijdVerleden tijd
(I) construct(I) constructed
(thou) constructest(thou) constructedst
(he) constructs, constructeth(he) constructed
(we) construct(we) constructed
(you) construct(you) constructed
(they) construct(they) constructed
Aanvoegende wijs
Tegenwoordige tijdVerleden tijd
(I) construct (I) constructed
(thou) construct(thou) constructed
(he) construct(he) constructed
(we) construct(we) constructed
(you) construct(you) constructed
(they) construct(they) constructed
Gebiedende wijs
construct
Deelwoorden
Tegenwoordig deelwoordVerleden deelwoord
constructingconstructed

Voorbeelden van gebruik

Thirty‐eight were constructed between 1905 and 1910 and they served through World War I.

Vertalingen

Afrikaansbou
Albaneeskonstruktoj
Catalaansconstruir
Deensbygge; konstruere
Duitsaufbauen; bauen; konstruieren
Engels (Oudengels)atimbran; getimbran
Esperantokonstrui
Faeröersbyggja
Finsrakentaa
Fransbâtir; construire; poser
Hongaarsépít
IJslandsbyggja; smíða
Italiaanscostruire
Latijnedificare
Luxemburgsbauen
Nederlandsaanleggen; bouwen; construeren; opbouwen
Noorsbygge
Papiamentskonstruí; traha
Poolsbudować
Portugeesconstruir; edificar; erigir
Roemeensconstrui; înălța
Russischвозводить
Saterfriesapbaue; baue; konstruierje
Spaansconstruir
Srananbow
Thaisสร้าง
Westerlauwers Frieskonstruearje
Zweedsbygga