Informatie over het woord leeuwerik (Nederlands → Esperanto: alaŭdo)

Woordsoortzelfstandig naamwoord
Uitspraak/ˈleʋərɪk/
Afbrekingleeu·we·rik
Meervoudleeuweriken

Voorbeelden van gebruik

Hoog boven hun hoofden, onzichtbaar in de nevel, jubelden de leeuweriken.
Shimrod sloeg een leeuwerik gade die over de weide vloog.

Vertalingen

Catalaansalosa
DuitsLerche
Engelslark
Esperantoalaŭdo
Faeröerslerkur
Finskiuru
Fransalouette
Hongaarspacsirta
IJslandslævirki
Italiaansallodola
Latijnalauda
Noorslerke
Portugeescalhandra; cotovia; laverca
Russischжаворонок
SaterfriesLäiwerke
Schots-Gaelischuiseag
Spaansalondra
Tsjechischskřivan
Welsehedydd
Westerlauwers Friesljurk
Zweedslärka