Informatie over het woord ĵako

Woordsoortzelfstandig naamwoord
Afbrekingĵak·o

Verbuiging

 EnkelvoudMeervoud
Nominatiefĵakoĵakoj
Accusatiefĵakonĵakojn

Vertalingen

Afrikaansbaadjie
Catalaansamericana; gec; jaqueta
DuitsBuchse; Klinke
Engelsjack
Faeröersjakki; troyggja
Fransveste; veston
Maleisjaket
Nederlandscontactbus; steekcontact; jak
Poolsmarynarka
Portugeescasaco; jaqueta; paletó
SaterfriesJikkel
Spaansjack conector
Zweedsjacka