Informatie over het woord Bau (Duits → Esperanto: konstruo)

Uitspraak/baʊ/
Woordsoortzelfstandig naamwoord
Geslachtmanlijk

Verbuiging

 EnkelvoudMeervoud
NominatiefBau
GenitiefBaus, Baues
DatiefBau, Baue
AccusatiefBau

Vertalingen

Afrikaansbou; konstruksie; gebou
Deensanlæg; konstruktion
Engelsbuilding; construction; structure
Esperantokonstruo
Fransbâtiment; construction
Italiaanscostruzione
LuxemburgsBau
Nederlandsbouw; constructie; gebouw; aanleg; opbouw
Papiamentskonstrukshon
Spaansconstrucción
Westerlauwers Friesbou
Zweedsbyggnad