Informatie over het woord kwetsen (Nederlands → Esperanto: ŝoki)

Uitspraak/ˈkʋɛtsə(n)/
Afbrekingkwet·sen
Woordsoortwerkwoord

Vervoeging

Aantonende wijs
Tegenwoordige tijdVerleden tijd
(ik) kwets(ik) kwetste
(jij) kwetst(jij) kwetste
(hij) kwetst(hij) kwetste
(wij) kwetsen(wij) kwetsten
(gij) kwetst(gij) kwetstet
(zij) kwetsen(zij) kwetsten
Aanvoegende wijs
Tegenwoordige tijdVerleden tijd
(dat ik) kwetse(dat ik) kwetste
(dat jij) kwetse(dat jij) kwetste
(dat hij) kwetse(dat hij) kwetste
(dat wij) kwetsen(dat wij) kwetsten
(dat gij) kwetset(dat gij) kwetstet
(dat zij) kwetsen(dat zij) kwetsten
Gebiedende wijs
Enkelvoud/MeervoudMeervoud
kwetskwetst
Deelwoorden
Tegenwoordig deelwoordVerleden deelwoord
kwetsend, kwetsende(hebben) gekwetst

Vertalingen

Afrikaanskwes; kwets
Catalaansxocar
DuitsAnstoß erregen
Engelsappal; horrify; shock
Esperantoŝoki
Faeröersskelka
Franschoquer; heurter
Portugeeschocar; melindrar
SaterfriesAnstoß reeke
Spaanschocar; desagradar; escandalizar