Informo pri la vorto beschimmelen (nederlanda → esperanto: ŝimi)

Prononco/bəˈsxɪmələ(n)/
Dividobe·schim·me·len
Vortspecoverbo

Konjugacio

Indikativo
PrezencoPreterito
(ik) beschimmel(ik) beschimmelde
(jij) beschimmelt(jij) beschimmelde
(hij) beschimmelt(hij) beschimmelde
(wij) beschimmelen(wij) beschimmelden
(gij) beschimmelt(gij) beschimmeldet
(zij) beschimmelen(zij) beschimmelden
Subjunktivo
PrezencoPreterito
(dat ik) beschimmele(dat ik) beschimmelde
(dat jij) beschimmele(dat jij) beschimmelde
(dat hij) beschimmele(dat hij) beschimmelde
(dat wij) beschimmelen(dat wij) beschimmelden
(dat gij) beschimmelet(dat gij) beschimmeldet
(dat zij) beschimmelen(dat zij) beschimmelden
Participoj
Prezenca participoPreterita participo
beschimmelend, beschimmelende(zijn) beschimmeld

Tradukoj

afrikansobeskimmel
anglago mouldy
esperantoŝimi
francamoisir
germanaschimmeln; verschimmeln
hispanaenmohecerse
okcidenta frizonaskimmelje
portugalabolorecer; mofar
saterlanda frizonaferschimmelje; ferskimmelje; schimmelje; skimmelje
svedamögla