Informatie over het woord simuleren (Nederlands → Esperanto: ŝajnigi)

Woordsoortwerkwoord

Vervoeging

Aantonende wijs
Tegenwoordige tijdVerleden tijd
(ik) simuleer(ik) simuleerde
(jij) simuleert(jij) simuleerde
(hij) simuleert(hij) simuleerde
(wij) simuleren(wij) simuleerden
(gij) simuleert(gij) simuleerdet
(zij) simuleren(zij) simuleerden
Aanvoegende wijs
Tegenwoordige tijdVerleden tijd
(dat ik) simulere(dat ik) simuleerde
(dat jij) simulere(dat jij) simuleerde
(dat hij) simulere(dat hij) simuleerde
(dat wij) simuleren(dat wij) simuleerden
(dat gij) simuleret(dat gij) simuleerdet
(dat zij) simuleren(dat zij) simuleerden
Gebiedende wijs
Enkelvoud/MeervoudMeervoud
simuleersimuleert
Deelwoorden
Tegenwoordig deelwoordVerleden deelwoord
simulerend, simulerende(hebben) gesimuleerd

Vertalingen

Deensforegive; lade som om
Duitserheucheln
Engelssimulate
Esperantoŝajnigi
Faeröerslátast
IJslandsþykjast
Noorslate som; late som om
Portugeesaparentar; fingir; simular
Saterfriessimulierje
Spaansaparentar; fingir
Swahili‐jifanya
Westerlauwers Friesbeare
Zweedslåtsas som om