Informo pri la vorto vóórkomen (nederlanda → esperanto: ŝajni)

Prononco/ˈvorkomə(n)/
Dividovoor·ko·men
Vortspecoverbo

Konjugacio

Indikativo
PrezencoPreterito
(ik) kom voor(ik) kwam voor
(jij) komt voor(jij) kwam voor
(hij) komt voor(hij) kwam voor
(wij) komen voor(wij) kwamen voor
(gij) komt voor(gij) kwaamt voor
(zij) komen voor(zij) kwamen voor
Subjunktivo
PrezencoPreterito
(dat ik) voorkome(dat ik) voorkwame
(dat jij) voorkome(dat jij) voorkwame
(dat hij) voorkome(dat hij) voorkwame
(dat wij) voorkomen(dat wij) voorkwamen
(dat gij) voorkomet(dat gij) voorkwamet
(dat zij) voorkomen(dat zij) voorkwamen
Imperativo
Singularo/PluraloPluralo
kom voorkomt voor
Participoj
Prezenca participoPreterita participo
voorkomend, voorkomende(zijn) voorgekomen

Uzekzemploj

Het komt me voor dat het pand instort.
Uw prijzen komen me stevig, doch niet buitensporig hoog voor.
Dit kwam hen nu als de meest logische verklaring voor.
Zijn gedrag komt me van begin tot eind uitzonderlijk voor.
In een grote stoel, waarvan de rug naar hem was toegekeerd, zag hij een figuur wiens kleding hem bekend voorkwam.