Informatie over het woord deca

Basis

Woordsoortbijvoeglijk naamwoord
Afbrekingdec·a

Verbuiging

 EnkelvoudMeervoud
Nominatiefdecadecaj
Accusatiefdecandecajn

Vertalingen

Afrikaansbehoorlik; netjies
Duitsangebracht; angemessen; anständig; dezent; gebührend; gehörig; geziemend; ordentlich; passend; schicklich; tüchtig; zusagend
Engelsappropriate; decent; fitting; proper; seemly; suitable; becoming; befitting; decorous
Fransconvenable
Italiaansdecente
Nederlandsbehoorlijk; betamelijk; fatsoenlijk; keurig; netjes; voegzaam; welvoeglijk; net
Portugeesconveniente; decoroso; próprio
Saterfriesbescheeden; beskeeden; däftich; doane; eerboar; fonsuunelk; goud
Spaansconveniente; decente