Informatie over het woord beitel (Nederlands → Esperanto: ĉizilo)

Uitspraak/ˈbɛɪ̯təl/
Afbrekingbei·tel
Woordsoortzelfstandig naamwoord
Geslachtmanlijk
Meervoudbeitels

Vertalingen

Afrikaansbeitel
Deensmejsel
DuitsBeitel; Meißel
Engelschisel
Esperantoĉizilo
Faeröersmeitil
Fransciseau
Italiaansscalpello
Papiamentsbeitel
Portugeescinzel; entalhador
SaterfriesBoitel; Stäkiersee
Spaanscincel; escoplo; formón
Zweedsmejsel